Ludolf Smids´ «Schatkamer» verscheen in 1711 bij uitgeverij Pieter de Coup te
Amsterdam. De titelpagina vermeldt:
« Schatkamer der Nederlandsse Oudheden of Woordenboek, behelsende Nederlands
Steden en Dorpen, Kasteelen, Sloten en Heeren Huysen, Oude Volkeren, Rivieren,
Vermaarde Luyden in Staat en Oorlogh, Oudheden, Gewoonten en Lands Wysen.
Vercierd met LX verbeeldingen van soo gehele als vervallene Heeren Huysen, Sloten en Kasteelen,
meerendeels geteekend door Roeland Rochman.»
Deze 60 gravures zijn alle vervaardigd door Jacobus Schijnvoet, doch slechts de helft ervan heeft als
voorbeeld een prent van Roghman gehad: 27 zijn herleidbaar tot nog bestaande tekeningen van Roghman,
en van het vijftal waarvan de bron onbekend is, zijn er wellicht één of twee ook naar
een tekening van Roghman geëtst.
De rest zijn gravures naar tekeningen van Jacobus Schijnvoet zelf, van Ludolf Smids, of naar prenten
van C.J.Visser, J. v.d.Ulft, J.Goeree, J. v.d.Velde, e.a.
In 1737 verscheen een tweede druk (door Pieter Langendijk), en in 1774 een derde druk.
In 1778 verscheen een aanhangsel van de hand van Th. van Brussel.
Ludolf Smids werd op 13 juli 1649 te Groningen geboren. Op jonge leeftijd wees geworden,
belandde hij in 1665 op een school in Antwerpen, en twee jaar later in een klooster in Westfalen.
In 1670 ging hij eerst in Groningen en daarna in Leiden studeren, in welke plaats hij in 1673 in de
geneeskunde promoveerde. Hij ging dat jaar terug naar Groningen, waar hij in 1674 trouwde met Maria
van Tinga, die in 1692 overleed. In de jaren daarna verwisselde hij zijn Roomse voor de Hervormde
godsdienst om een tweede huwelijk te kunnen sluiten met de protestantse Anna de Groot. Familie en
vrienden keurden deze gang van zaken af, hetgeen voor hem reden was om in 1695 naar Amsterdam te
verhuizen, waar hij tot zijn dood toe als geneesheer gewerkt heeft.
Hij hield zich echter veel meer bezig met toneeldichtkunst en oudheidkunde, en was een
gevierd persoon in die kringen, gezocht en bemind bij alle liefhebbers van wetenschappen.
Maar na een feestje met hen in de herberg De Keizerskroon viel hij ongelukkig van de trappen en
bezeerde zich dusdanig, dat hij enkele dagen later, op 7 mei 1720, overleed.
Van Jacobus Schijnvoet (1685? - na 1733) is weinig meer bekend dan dat hij als graveur woonde
en werkte in Amsterdam, eind 17e - begin 18e eeuw. Hij zou volgens meerdere bronnen de zoon zijn
van Simon Schijnvoet (1652 - 1727, bouwmeester, beoefenaar der teken- en graveerkunst en
verzamelaar van munten en zeldzaamheden), volgens een enkele andere bron echter diens jongere broer.
Ook over geboorte- en sterfjaar bestaat geen zekerheid en er wordt ook wel 1673 - 1744 vermeld.
Hij is het meest bekend door het graveren van de tekeningen ten behoeve van Smids Schatkamer.
Daarnaast schijnt hij ook in beperkte mate eigen tekeningen te hebben gegraveerd en uitgegeven
(waaronder ook tekeningen van Simon).
Schijnvoet merkte zijn werkstukken meestal met 'J.S.F.' onder de gravure; soms schreef hij in
de prent: 'J. Schijnvoet fecit'. Drie prenten in de Schatkamer waren zijn eigen schetsen: de Ruine
van het Slot te Abkoude, Het Huis te Loenersloot en de Nieuwer grondslag van het vernietigde Huis
te Vreeland. Bij deze drie schreef hij voluit: 'J. Schynvoet ad Vivum del. et fec.'.
Hieronder de 60 gravures.